Matrijzen
Voor het gieten van de alliage maken wij gebruik van twee soorten matrijzen: gevulkaniseerd rubber en silicone. De eigenschappen en voorwaarden van deze matrijzen hebben wij voor u in een overzicht gezet.
| Gevulkaniseerd rubber | Silicone | |
| Formaat | 50 x 65 mm | max. 160 x 120 mm |
| 70 x 80 mm | ||
| 90 x 110 mm | ||
| Voordelen | Matrijzen zijn nagenoeg onverslijtbaar. | Moedermodellen in haast ieder materiaal te gebruiken. |
| Ingewikkelde modellen (zoals entouragezettingen) blijven goed in vorm. | Geen krimp | |
| Wasmodellen goed lossend te maken. | Grote matrijzen mogelijk. | |
| Nadelen | Altijd solide moedermodel nodig | Beperkte levensduur. |
| Krimp ± 5 % | Ingewikkelde modellen zoals bijvoorbeeld entouragezettingen kwetsbaar | |
| Bijzonderheden | Voor het fabriceren van dit soort matrijzen hebben wij altijd een moedermodel nodig van een materiaal dat een temperatuur van 150º C. en een druk van 8 bar kan doorstaan. (bijvoorbeeld metaal) | Het materiaal voor deze matrijzen is door ons zelf ontwikkeld op basis van Betacon 5. |
| Silicone matrijzen gebruiken wij tevens voor grote objecten die hol gegoten moeten worden. |
